"Reis met ons mee!"
 


Onderstaande reisverslag dateert uit het analoge tijdperk.Ook de foto's zijn analoog en de kwaliteit laat te wensen over  maar toen ik het schreef  en de foto's maakte was er nog geen internet,geen WWW en laat staan  mobiele telefoons om digitale foto's te maken. Het dagboek heeft bijna 50 jaar lang in de kast gelegen. Sinds eind 2000 doe ik alle verhalen digitaal. Ik vond dat dit verhaal ook thuis hoort op mijn site. Het is het begin geweest van mijn "Wanderlust". Dus het verdient een plekje tussen alle andere mooie verhalen!



Dagboek vakantiereis – Oostkust USA
24 juli – 16 augustus 1980
Met Henk Pater en Otto van Gelder


24 juli – Op weg naar het grote avontuur
Ergens tussen Groenland en Newfoundland, op zo’n tien kilometer hoogte, zitten we met z’n drieën in een McDonnell DC‑10 van Trans America. Hoog boven de Atlantische Oceaan, in een metalen sigarenkoker, op weg naar… Amerika! Een moment waar ik lang op heb gewacht. En toch: het besef is er nog niet helemaal. Het voelt nog steeds een beetje alsof we straks gewoon op Schiphol uitstappen.
Maar nee — als we straks landen, staan we meer dan 6.000 kilometer van huis. Van ons ouderlijk nest. Wie had ooit gedacht dat ik op deze leeftijd zo’n avontuur zou beleven?
Het vliegen zelf is vooral: lang. Heel lang. Gelukkig worden we aan boord beziggehouden met muziek, een film, kaartspelletjes en af en toe een tochtje naar achteren om in de pantry een sigaretje te roken — dat mocht toen nog gewoon. Luxe! Als ik dit schrijf hebben we nog vier uur te gaan. Vier uur oceaan onder ons. Vier uur nadenken over alles wat nog gaat komen.
Na ruim acht uur vliegen is het zover: New York! Eindelijk. Tijdens de landing verschijnt de skyline onder ons. Wolkenkrabbers zover je kunt kijken. Dit is geen stad, dit is een decor uit een film. Wanneer het vliegtuig de grond raakt, barst spontaan een daverend applaus los voor de gezagvoerder. Zijn naam blijkt Cassanova te zijn — alsof het zo moest zijn.
Op JFK is het tegen de middag. Een uur later lopen we buiten, licht verdwaasd, op zoek naar een taxi. Die is zo gevonden, want een hele horde ‘runners’ stort zich op ons alsof we beroemdheden zijn. We rijden dwars door New York: chaos, verkeer, claxons en alleen maar enorme Cadillacs. Geen Fiatje te bekennen. We zien de Brooklyn Bridge, de East River, de Empire State Building, Fifth Avenue en het Chrysler Building. Alles is groot. Groter. Grootst.

Bij het hotel aangekomen hebben we een prima kamer — mét bad, douche én kleurentelevisie. Amerika is duidelijk het land van overvloed. Pas dan slaat de vermoeidheid toe. Het tijdsverschil wint. 



Morgen om 07.45 uur begint onze georganiseerde tour en ontmoeten we de rest van het reisgezelschap. Maar nu eerst: slapen.


25 juli – Van wereldstad naar wereldmacht (New York → Washington)


Om half acht ’s ochtends staan we fris — of in elk geval wakker — in de foyer van het hotel. We maken kennis met onze reisgenoten: een bont internationaal gezelschap van dertien personen. Zes Nederlanders, een Duitser, drie Engelsen, een Ier en onze Amerikaanse chauffeur: John Dennecke. Een man die eruitziet alsof hij de weg zelfs met zijn ogen dicht kan vinden.
We reizen in een grote Amerikaanse ‘van’. Op het dak een imperiaal vol bagage en kampeerspullen. We storten ons in het verkeer richting Manhattan en rijden naar het zuidelijkste puntje van de stad. Daar stappen we op de Staten Island Ferry.
De overtocht is kort, maar spectaculair. Voor ons rijst New York op, met de Twin Towers trots in het midden. Alsof dat nog niet genoeg is, verschijnt ook het Vrijheidsbeeld in beeld. Ze torent boven ons uit en lijkt te zeggen: Welcome, boys — good luck. Een moment om nooit te vergeten.

Terug op de weg slaat de hitte toe: ruim 35 graden. Gelukkig draait de airco in de bus overuren. Daarna begint de lange rit naar Washington. We pauzeren in Annapolis, een charmant plaatsje aan zee dat later bekend blijkt te staan om zijn grote marinebasis en officiersopleiding.

Rond vier uur ’s middags arriveren we op onze eerste camping. Het is bloedheet. Met zweterige handen zetten we voor het eerst onze tenten op — een oefening in geduld en doorzettingsvermogen. 


Daarna direct naar het zwembad, waar iedereen zonder schaamte het water induikt.
Na het eten gaan we met de bus Washington in voor een avondrondrit. We zien het Witte Huis, het Capitool, het Pentagon, het Lincoln Memorial en de Washington Monument. Alles straalt macht en orde uit. Wat vooral opvalt: hoe schoon het overal is.
Terug op de camping kan niemand nog een woord uitbrengen. Zonder discussie duiken we onze tenten in. Dag één van de tour: geslaagd én uitputtend.


26 juli – Politiek, raketten en een eeuwige vlam


Om 06.30 uur staat John alweer naast de tenten. Opstaan! We ontbijten samen. Iedereen maakt zijn eigen ontbijt en we verdelen de taken. Het voelt al snel alsof we elkaar al weken kennen.
Vandaag is Washington aan onszelf. Met een klein groepje gaan we naar het informatiecentrum. Het advies is helder: neem de hop‑on‑hop‑off‑bus. Zo gezegd, zo gedaan.
We bezoeken het Capitool, het Witte Huis, het Lincoln Memorial, het Washington Monument en wandelen over The Mall. Alles is groots, indrukwekkend en doordrenkt van geschiedenis.
Het hoogtepunt voor mij is het Smithsonian National Air and Space Museum. Originele vliegtuigen, raketten en ruimtecapsules — waaronder de Apollo 11-capsule en de Spirit of St. Louis. Hier voel je pas echt hoe groot de Amerikaanse dromen zijn.

IMG_3532 2
IMG_3532 2
IMG_3533 2
IMG_3533 2
IMG_3534 2
IMG_3534 2
IMG_3535 2
IMG_3535 2
IMG_3536 2
IMG_3536 2
IMG_3537 2
IMG_3537 2
IMG_3538 2
IMG_3538 2
IMG_3539 2
IMG_3539 2
IMG_3540 2
IMG_3540 2


Na ruim negen uur in de stad — bij een temperatuur van 37 graden — zijn we gaar. Maar de dag is nog niet voorbij. In de avond rijden we naar Arlington National Cemetery. We bezoeken de graven van John F. Kennedy en zijn broer Robert. Bij JFK brandt een eeuwige vlam; bij Robert staat een eenvoudig houten kruis. De stilte, de eerbewaking bij de Tombe van de Onbekende Soldaat — het maakt diepe indruk.
Terug op de camping zijn we doodmoe maar voldaan. Toch wordt er nog een barbecue georganiseerd. Want zelfs na zo’n dag hoort daar blijkbaar nog een grill bij.
Wat een dag. Wat een land. En dit is pas het begin.


27 juli – Van Washington naar Cape Hatteras (North Carolina)


Vroeg uit de veren, want er staat een lange reisdag op het programma. We laten Washington achter ons en rijden zuidwaarts. Het grootste deel van de dag brengen we door in de bus. Afstanden betekenen hier duidelijk iets anders dan bij ons thuis; wat wij een lange rit noemen, heet hier gewoon ‘een stukje rijden’.
We verlaten het vaste land en rijden een schiereiland op. Onderweg passeren we Kitty Hawk, wereldberoemd omdat hier de gebroeders Wright het allereerste vliegtuig de lucht in kregen. Ooit begonnen als fietsenmakers, maar blijkbaar was dat niet spannend genoeg. In de duinen maakten ze geschiedenis met een toestel dat maar een paar meter boven de grond bleef — maar het was genoeg om de wereld te veranderen.
Daarna rijden we een veerboot op die ons in twee uur naar Cape Hatteras brengt. Onze overnachtingsplek ligt midden in de duinen. Het voelt direct vertrouwd, een beetje alsof we op een Waddeneiland zijn beland, maar dan groter, warmer en verder van huis.
Voor zonsondergang loop ik nog even alleen naar het strand. Ik kijk uit over de oceaan, richting het oosten. Daar, heel ver weg, ligt Nederland. Het besef komt ineens hard binnen: ik ben echt aan de andere kant van de wereld.


28 juli – Cape Hatteras → Myrtle Beach → Charleston


We beginnen de dag weer op de veerboot, terug naar het vaste land. Daarna rijden we door North en South Carolina, steeds verder richting het zuiden en uiteindelijk Florida. Maar dat duurt nog even.
Het is opnieuw bloedheet: zo’n 35 graden. Toch blijft de sfeer in de bus goed. We zien steeds weer nieuwe landschappen en stoppen regelmatig. In Georgetown, een historisch stadje waar tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog flink is gevochten, maken we een wandeling. Het voelt alsof we even teruggaan in de tijd.
John besluit dat we tempo moeten maken; we lopen achter op schema en hij wil per se voor het einde van de middag in Charleston zijn. Dus: rijden, rijden en nog eens rijden.
In de late middag stoppen we bij Myrtle Beach. Tot onze verbazing rijdt John de bus gewoon het strand op — blijkbaar heel normaal hier. Op het strand koken we en eten we samen, waarna we meteen de zee in duiken. De golven zijn metershoog en heerlijk verkoelend.


Na deze strandstop rijden we verder zuidwaarts. Laat in de avond komen we aan in Charleston. Het is nog steeds loeiheet. Ik heb geen enkele zin meer om een tent op te zetten en kies voor een creatieve oplossing: mijn luchtbedje boven op de imperiaal van de bus. Slapen onder de sterren, in de buitenlucht — heerlijk.


29 juli – Charleston → St. Augustine (Florida)


Weer een lange dag in de bus, maar niemand klaagt. De routes zijn prachtig en de sfeer zit er goed in. We rijden Florida binnen — en dat merken we meteen.
Onderweg stoppen we bij een enorm moerasgebied in het noorden van Florida. Hier leven zo’n 10.000 alligators. We maken een boottocht en zien er meerdere liggen. Ze bewegen nauwelijks, maar alleen al het idee dat ze er zijn, maakt me behoorlijk nerveus. Dit zijn geen knuffelbeesten.


In Florida regent het niet zomaar: hier vallen complete stortbuien uit de lucht. Wegen staan blank en binnen enkele minuten ben je doorweekt. Onderweg stoppen we voor een pizza, waarna we laat in de avond aankomen in St. Augustine.
Om middernacht is het hier nog steeds dik in de twintig graden. Nadat we de tent hebben opgezet, ga ik mijn kleren wassen — hoognodig, want alles begint inmiddels verdacht te ruiken. Reizen is leuk, maar fris blijven ook.


30 juli – Stranddag in Florida


Het plan was om vandaag het Kennedy Space Center te bezoeken, maar plannen zijn er om aangepast te worden. Het strand is simpelweg te mooi.
We brengen de hele dag zwemmend en luierend door. Even geen kilometers, geen schema’s, geen bus. ’s Avonds pakken we een disco mee. Het voelt goed om even een echte rustdag te hebben — al is stilzitten hier ook vooral warm.


31 juli – Kennedy Space Center


Vroeg in de ochtend breken we het kamp op en rijden we verder zuidwaarts. Gelukkig is het maar een korte rit naar het Kennedy Space Center, gelegen op een schiereiland aan de oostkust van Florida.
Van veraf zien we al de enorme montagehal waar de Saturnus-raketten werden gebouwd. We maken een rondrit van twee uur over het terrein. We zien de controlekamer van waaruit de maanmissies werden geleid, lanceercomplex 39A — waar in maart 1981 de eerste Space Shuttle zal vertrekken — en de gigantische rupsvoertuigen die raketten naar het lanceerplatform rijden.

IMG_3546 2
IMG_3546 2
IMG_3549 2
IMG_3549 2
IMG_3550 2
IMG_3550 2
IMG_3551 2
IMG_3551 2
IMG_3547 2
IMG_3547 2
IMG_3552 2
IMG_3552 2
IMG_3553 2
IMG_3553 2


Voor de montagehal ligt een complete Saturnus V-raket uitgestald, 110 meter lang. Het is bijna niet te bevatten dat dit ding mensen naar de maan bracht.
Na de bustour bezoeken we het museum. We rijden daarna door naar Orlando, waar morgen Disney World op het programma staat.


1 augustus – Disney World, Orlando


Het was nog maar negen uur ’s ochtends toen de thermometer al vrolijk de 31 graden aantikte. Florida deed niet aan rustig opstarten. We verbleven met onze camper op zo’n tien kilometer van Disney World, dus voor we het wisten stonden we al oog in oog met… tja, Disney.
En wat voor Disney. Dit was geen pretpark, dit was een volwaardige stad. Een stad waar Appingedam zich meteen bij zou afmelden. Eerst parkeer je je auto op een parkeerplaats zo groot dat je er een eigen postcode bij verwacht. Daarna word je met een lange tram naar de kassa’s vervoerd. Daar kies je uit kaartjes, passen, rittenbundels en andere verleidingen. Wij gingen uiteraard voor de pas waarmee je alles onbeperkt mocht doen – want als je het doet, doe je het goed.

IMG_3554 4
IMG_3554 4
IMG_3556 2
IMG_3556 2
IMG_3557 2
IMG_3557 2
IMG_3558 2
IMG_3558 2
IMG_3559 2
IMG_3559 2



Na de kaartjes stapten we in een monorail die dwars door een hotel reed. Terwijl beneden mensen rustig zaten te ontbijten, zoefden wij boven hun hoofden richting magie. En toen… het park zelf. Kastelen, oude huisjes, raders, stoomtreinen – het leek alsof Walt Disney persoonlijk even alles had uitgestald om ons te imponeren. We keken onze ogen uit.
De eerste attractie was Space Mountain: een achtbaan in het pikkedonker, alsof je in een ruimteschip zonder navigatie terecht was gekomen. Gillen, lachen, verdwalen – alles tegelijk. En zo ging het de hele dag door. Van tien uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts hebben we ons geen seconde verveeld. Toen we uiteindelijk weer bij de camper waren, zijn we letterlijk neergevallen en direct in slaap gegaan.


3 augustus – Panama City


Een heerlijke dag. Eerst uitslapen (hoera!) en rond het middaguur op ons gemak naar het strand. Het water zag er iets minder idyllisch uit: er dreef flink wat zeewier, maar ach – zee is zee.
Met z’n vieren – ik, Henk, Bert en Hillie – huurden we een catamaran om te gaan zeilen op de Golf van Mexico. Lekker windje, zon erbij, alles perfect… tot het overstag gaan.
Krak.
Het roer brak. De wind stond vol in de zeilen. En voor we het wisten lag de boot ondersteboven.


Iedereen ongedeerd, maar toen drong het door: hier zwemmen haaien. We klommen zo snel mogelijk op de boei van de boot, waarschijnlijk sneller dan we ooit hadden kunnen rennen. Gelukkig hadden ze op het strand gezien wat er gebeurde en was er al hulp onderweg. Met vereende krachten kregen we de boot weer recht en werden we rustig teruggesleept. Avontuur afgerond, iedereen nog compleet.
De rest van de dag hebben we vooral gedaan waar strand voor bedoeld is: liggen, zwemmen en bijtanken.


4 augustus – Panama City → New Orleans


Na het ontbijt pakten we de tenten in en vertrokken richting New Orleans. Een lange rit, heet, maar wel prachtig. Onderweg picknickten we bij een rivier en reden we langs de kust. Mooi, wijds en typisch Amerikaans.
We sliepen in Hotel La Salle aan Canal Street, in een vierpersoonskamer mét kleurentelevisie (luxe!) en een Duitse kamergenoot. Na het opfrissen doken we meteen Bourbon Street in.
Jazz overal. Elke kroeg een band. Overal muziek, mensen, sfeer.

IMG_3562 2
IMG_3562 2
IMG_3563 2
IMG_3563 2
IMG_3564 2
IMG_3564 2
IMG_3565 2
IMG_3565 2
IMG_3607
IMG_3607


Na een veel te duur maar prima diner belandden we in Pat O’Brian’s, een van de oudste kroegen van de straat. Binnen stonden twee piano’s en achter één ervan zat een vrolijke dame. Je kon verzoeknummers aanvragen tegen betaling, dus ik vroeg – uiteraard – om “Tulpen uit Amsterdam”. Zonder aarzeling speelde ze het hele nummer, de zaal mee, feest compleet.
Rond twee uur ’s nachts zijn Henk en ik teruggelopen naar het hotel.


5 augustus – New Orleans


Een vrije dag. Met z’n drieën de stad in, bezienswaardigheden bekeken, flink gewinkeld en souvenirs gescoord. ’s Avonds natuurlijk weer Bourbon Street in. Dezelfde pianodame stond er weer, en opnieuw speelden de piano’s de zaal plat. De sfeer was fantastisch. Rond half twee vonden we het wel weer mooi geweest.


6 augustus – New Orleans & Mississippi


Uitslapen, nog wat eten, drinken en winkelen – en vooral zweten. Het was benauwd, warm en plakkerig. In de middag gingen we met z’n allen een boottocht maken op de Mississippi. Helaas bleek dat vooral een havenrondje te zijn. We bezochten nog een oude katoenplantage, historisch interessant, maar het deed ons niet heel veel.
’s Avonds bezochten we samen met John, onze chauffeur, meerdere clubs. Het werd laat. Heel laat. Pas rond drie uur keerden we terug.


7 augustus – New Orleans → Tupelo


Op weg naar het noorden. Temperaturen tussen de 35 en 45 graden – eigenlijk niet normaal meer. We reden over de Lake Pontchartrain Bridge, 25 mijl lang, met links en rechts… water. En nog meer water.


Later reden we door een bos van zo’n 160 kilometer. Prachtig. Rond twee uur ’s middags besloten we verkoeling te zoeken bij een groot meer in Kentucky. Helaas voelde het water als warme koffie. Niet echt verfrissend.
’s Avonds kwamen we aan in Tupelo, de geboorteplaats van Elvis Presley. Op de camping kreeg Henk ineens een heftige allergische reactie: opgezwollen gezicht, jeuk, bulten overal. Waarschijnlijk door het zwemmen. We zijn meteen naar het ziekenhuis gegaan, waar hij twee injecties kreeg. Gelukkig sloegen die snel aan.


8 augustus – Tupelo → Nashville


Weer een bloedhete dag, weer een lange rit. In de middag kwamen we aan in Nashville, de hoofdstad van country & western. Na het opzetten van de tenten zijn we linea recta het zwembad ingedoken – eigenlijk de enige plek waar het uit te houden was.
’s Avonds wilden we de stad in, maar Henk kreeg opnieuw klachten. Wéér naar het ziekenhuis. Twee uur wachten, opnieuw injecties, en hij kon nauwelijks lopen. Terug op de camping was het tijd voor avondeten: vlees, aardappelen, doperwten en appelmoes. Complimenten voor de koks, daarna snel naar bed.


9 augustus – Nashville → Bardstown


We bleven ’s ochtends nog even op de camping. Boodschappen gedaan, gezwommen tot half één en daarna richting Kentucky Horse Farm gereden. Een korte rit en een uitstekende camping met – gelukkig – weer een zwembad.
We zwommen tot vijf uur, daarna gingen we tennissen. Leuk, maar eigenlijk veel te warm. Het zweet liep letterlijk langs ons lichaam. Dus: rackets weg en terug het zwembad in. Een perfecte afsluiting van opnieuw een hete, maar mooie dag.


10 augustus Niagara: water, stempels en natte sokken


10 augustus begint onschuldig: ontbijt, auto in en “even” naar de Niagara watervallen. Onderweg merken we al snel dat “even” hier niet bestaat, want het landschap is zo mooi dat je eigenlijk elke kilometer wilt stoppen voor een foto. De watervallen zelf liggen precies op de grens tussen Amerika en Canada, alsof Moeder Natuur dacht: laten we hier eens een internationaal spektakelstuk van maken.
Zodra we parkeren, horen we het al. Geen zacht kabbelend beekje, maar een geluid alsof iemand permanent een miljoen badkamers tegelijk doorspoelt. We beginnen aan de Amerikaanse kant en staan daar een tijdlang met open mond te staren. Water dat zo fanatiek naar beneden stort, zie je niet elke dag. Camera’s maken overuren.
Dan steken we de brug over naar Canada. Paspoort erbij — altijd een serieus moment — maar de douanebeambte blijkt vriendelijk en trakteert ons zelfs op een fraaie stempel. Zo word je dus internationaal reiziger zonder ook maar één koffertje te verplaatsen.
Aan de Canadese kant beklimmen we de uitkijktoren. Boven aangekomen zien we álles: twee watervallen, wolken nevel en een stel toeristen dat net zo verbaasd kijkt als wij. We lunchen daar uitgebreid, want eten smaakt nu eenmaal beter als je bijna boven een waterval hangt.

IMG_3576 2
IMG_3576 2
IMG_3577 2
IMG_3577 2
IMG_3578 2
IMG_3578 2
IMG_3575 2
IMG_3575 2
IMG_3582 2
IMG_3582 2
IMG_3583 2
IMG_3583 2
IMG_3579 2
IMG_3579 2
IMG_3580 2
IMG_3580 2
IMG_3581 2
IMG_3581 2


Terug in Amerika krijgen we nóg een stempel (we beginnen ons inmiddels net wereldreizigers te voelen) en stappen we in een lift die ons recht naar beneden brengt, tot vlak bij het kolkende water. Daar krijgen we regenpakken uitgereikt. Dat klinkt geruststellend, maar blijkt vooral psychologische steun.
We stappen op de Maid of the Mist, een bootje dat duidelijk één missie heeft: toeristen doorweekt en sprakeloos achterlaten. Het vaart recht onder de watervallen door. Het lawaai is oorverdovend, het uitzicht spectaculair en het regenpak… volledig kansloos. We komen nat terug, maar met grote grijnzen. Dit was pure magie.
’s Avonds praten we op de camping nog lang na. Morgen weer richting New York. Hoe kan een reis tegelijk zo lang en zo snel gaan?


11 augustus Ithaca en het naderende afscheid


De volgende dag rijden we richting Ithaca, door natuur waar je spontaan stiller van gaat praten. In de auto doen we ons best om de lange ritten leuk te houden met spelletjes en flauwe grappen. De camping ligt — hoe kan het ook anders — bij een waterval. We beginnen te vermoeden dat water ons deze reis blijft volgen.
Het einde komt dichterbij en dat voelen we. Adressen worden uitgewisseld, herinneringen opgehaald. Wat een groep — geen ruzie, geen drama, alleen maar gezelligheid.

IMG_3584 2
IMG_3584 2
IMG_3585 2
IMG_3585 2


12 augustus New York: beton, bruggen en duizelingwekkende hoogtes


Terug in New York voelt alles ineens groot, snel en luid. We nemen afscheid van elkaar; iedereen gaat zijn eigen kant op. Met Henk en Otto beland ik in een prima hotel, onze thuisbasis voor de komende dagen.
We doorkruisen de stad kriskras: te voet, ondergronds met de metro en zelfs over het water met een boottocht over de Hudson en de East River. Natuurlijk bezoeken we de Twin Towers. Met liften die sneller omhoog schieten dan mijn maag kan bijhouden, staan we ineens bijna 400 meter hoog. Het uitzicht is adembenemend: Central Park, het Empire State Building, het Vrijheidsbeeld — alles ligt aan onze voeten.
We wandelen ook over de Brooklyn Bridge, waar de stad ineens rustiger voelt, met de East River rustig onder ons.

IMG_3586 2
IMG_3586 2
IMG_3587 2
IMG_3587 2
IMG_3588 2
IMG_3588 2
IMG_3589 2
IMG_3589 2
IMG_3609
IMG_3609
IMG_3610
IMG_3610


15 augustus Storm boven de oceaan


Op 16 augustus is het echt voorbij. Op het vliegveld stappen we in een DC-8 richting Amsterdam. Alles gaat goed… tot de lucht besluit ons nog één avontuur cadeau te doen. Na drie uur vliegen duiken we een enorme onweersbui in. Bliksem langs de vleugels, turbulentie en een stoel die ineens heel strak zit. Ik doe het raampje dicht — sommige dingen hoef je niet te zien.
Na anderhalf uur weten de piloten ons uit de storm te leiden en keert de rust terug. Acht uur later staan we weer in Nederland, gevolgd door een lange treinreis naar Groningen.Einde reis. Begin herinneringen.